Stof en nevels in stromende gassen worden gemeten conform NEN-EN 13284-1 / NEN-ISO 9096. De gravimetrische bepaling van het gehalte aan vaste stof in stromend gas berust op de afscheiding van stof uit een monster van het gas. De stofconcentratie wordt berekend uit de massa van het afgeschieden stof en het monstervolume, betrokken op standaard condities.
Het stofgehalte van stromende gassen kan alleen juist bepaald worden, als het gasmonster isokinetisch wordt aangezogen; met andere woorden, als de snelheid van instroming in de aanzuigopening in grootte en richting gelijk is aan de snelheid van het te bemonsteren gas.
Om isokinetisch te kunnen aanzuigen moet dus de gassnelheid en richting in het kanaal worden bepaald. In een gaskanaal is de verdeling van de gassnelheid en de stofconcentratie in het algemeen gecompliceerd. De stofdeeltjes, in grootte en aard verschillend, kunnen ongelijk in het gas verspreid zijn, terwijl de gassnelheid in een kanaaldoorsnede doorgaans van plaats tot plaats verschilt.
Bovendien kunnen stofgehalte en gassnelheid sterk fluctueren in de tijd. Maatgevend is een gemiddelde stofconcentratie, berekend uit gasvolumes en stofmassa’s, bepaald op een toereikend aantal meetpunten in het meetvlak bij een voldoende lange meetduur. |